De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Redeneren en abstraheren (9001)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Bart KUIJPERS 
Lid van het onderwijsteam:Prof. dr. Bart KUIJPERS 
 Mevrouw Klara PAKHOMENKO 
 De heer Mark GERARTS 


Studiepunten: 6,0
Studiebelastingsuren: 162
Periode: semester 2 (6sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
Groep 1
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Imperatief Programmeren (5631) 10.0 stptn  
 
Of groep 2
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Problem Solving (9052) 10.0 stptn  
    Problem Solving (5632) 10.0 stptn  
 


Inhoud

Dit opleidingsonderdeel heeft tot doel de voor de informaticus nodige beginselen van de wiskunde aan te leren.
Het bestaat uit drie delen.

Het eerste deel is een inleiding tot de logica en tot bewijstechnieken:
- syntax en semantiek van propositie-logica
- afleidingsregels in de propositie-logica
- syntax en semantiek van de predicaten-logica
- bewijstechnieken zoals bewijs door gevallenonderscheiding, met het duivenhok-principe, implicatie bewijzen, “als en slechts als” bewijzen, 
bewijs uit het ongerijmde

Het tweede deel gaat over de taal van de verzamelingen, relaties en functies. Dit deel omvat 
- verzamelingen en bewerkingen op verzamelingen
- bewijzen over verzamelingen
- relaties 
- eigenschappen van relaties op een verzameling
- functies 
- eigenschappen van functies: injectieve, surjectieve en bijectieve functies
- operaties op functies,  inverse functie
- enkele beschouwingen over cardinaliteien 

Het derde deel gaat over varianten van inductiebewijzen.
Het omvat:
- het wel-ordeningsprincipe;
- volledige en sterke inductie; - invarianten van processen
- recursieve data-types en sstructurele inductie.



Verplicht studiemateriaal
 

Studiemateriaal in de vorm van slides zal op blackboard ter beschikking worden gesteld.
Ook zal ondersteunend materiaal (teksten) op blackboard gezet worden.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Responsiecollege  
Werkzittingen  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  


Evaluatie

Semester 2 (6,00sp)

Evaluatievorm
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode15 %
Schriftelijk examen85 %
Gesloten-boek
Open vragen

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Ja
Toelichting evaluatievorm De tweede examenkans bestaat uit een schriftelijk examen op 100% van de
punten.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de informatica
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor beschikt over een breed referentiekader waardoor hij/zij de eigen kennis en vaardigheden van het vakgebied voortdurend kan actualiseren. 

     
  •  DC 
  • De student kan denken en handelen vanuit de fundamenten van de informatica.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica hecht belang aan de technische kwaliteit van het geleverde eindproduct, werkt nauwgezet en systematisch en kan de hieraan verbonden specificaties correct naar software vertalen.

     
  •  DC 
  • De student kan nauwgezet werken aan opdrachten en projecten.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren en analyseren, de eigen creativiteit aanwenden om deelproblemen op te lossen en de gevonden oplossingen te combineren tot een oplossing voor het oorspronkelijke probleem.

     
  •  DC 
  • De student kan de eigen creativiteit aanwenden om een matig complex informaticaprobleem op te lossen en deze oplossing te beschrijven.

     
  •  DC 
  • De student kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren.

     
  •  DC 
  • De student kan oplossingen van deelproblemen combineren tot een oplossing van het grotere probleem, en deze totaaloplossing beschrijven.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan gefundeerd redeneren, abstraheren en formaliseren, gebruik makend van kennis van en inzicht in de wiskundige basis van de informatica.

     
  •  DC 
  • De student kan een correcte logische redenering opbouwen.

     
  •  DC 
  • De student kan basisbegrippen en -eigenschappen uit de wiskunde reproduceren, verklaren en toepassen.

     
  •  DC 
  • De student kan basisbegrippen en -eigenschappen uit de wiskunde toepassen bij het construeren van informatica-oplossingen.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
1ste bachelorjaar in de informatica J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.