Vakdidactische expertise: theoretische verdieping (9003) |
| Studiepunten: 5,0 | | Studiebelastingsuren: 135 | Periode: semester 1 (3sp) semester 2 (2sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Van studenten wordt verwacht dat zij de basiscompetenties en vakinhoudelijke kennis beheersen die behoren tot de educatieve bachelor kleuteronderwijs of lager onderwijs.
Voor Nederlands betekent dit dat studenten beschikken over voldoende inzicht in de ontwikkeling van taalvaardigheid bij jonge kinderen en leerlingen in de basisschool. Zij beheersen de basiskennis rond mondelinge taalvaardigheid, beginnende en aanvankelijke geletterdheid, technisch en begrijpend lezen, spelling, schrijven, taalbeschouwing en omgaan met talige diversiteit. Daarnaast kunnen zij deze vakinhoudelijke kennis verbinden met passende didactische keuzes binnen het kleuter- of lager onderwijs.
Voor wiskunde betekent dit dat studenten beschikken over voldoende inzicht in de ontwikkeling van wiskundig denken bij jonge kinderen en leerlingen in de basisschool. Zij beheersen de basiskennis rond getalbegrip, bewerkingen, meten en meetkunde, patronen en verbanden, probleemoplossend denken en wiskundige representaties. Daarnaast kunnen zij deze vakinhoudelijke kennis verbinden met passende didactische keuzes binnen het kleuter- of lager onderwijs.
|
|
|
|
|
In dit opleidingsonderdeel staan verschillende theorieën, visies en onderzoek naar vakdidactiek in het basisonderwijs centraal. Meer concreet worden de volgende inhouden behandeld:
- Vakdidactiek Nederlands met volgende thema’s:
- Preventie en interventie bij leesproblemen
- Omgaan met talige diversiteit in de klas
- Taalsysteem en taalgebruik
- Creatief schrijven en rijke teksten
- Vakdidactiek wiskunde met volgende thema’s:
- Wiskundige cognitie
- Preventie en interventie bij rekenproblemen
- Probleemoplossend denken
- Cognitief sterke leerlingen
- Wiskundige representaties en contexten
- Wiskundetaal en -begrippen
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Desoete, A., Vanderswalmen, R., Van Vreckem, C., Carnewal, S., & Van Vooren, V. (2024). Dyscalculie 2.0. Gent: Academia Press. |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Reader (selectie van artikels), presentaties en studieleidraad beschikbaar via Blackboard. De verplichte artikels maken integraal deel uit van de leerstof. Studenten worden verwacht deze teksten grondig te lezen, te verwerken en te kunnen verbinden met de theorieën, concepten en praktijken die in de contactmomenten aan bod komen. |
|
 
|
| Aanbevolen literatuur |
| |
Reader (selectie van artikels), presentaties en studieleidraad beschikbaar via Blackboard. De aanbevolen artikels bieden verdieping en verbreding bij de behandelde thema’s. Ze ondersteunen studenten die bepaalde onderwerpen verder willen uitdiepen of bijkomende wetenschappelijke onderbouwing zoeken. Deze artikels behoren niet tot de verplichte leerstof. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Zelfstudieopdracht (ZSO) ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Discussies /debat ✔
|
|
|
|
Groepswerk ✔
|
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
|
Onderwijsleergesprek ✔
|
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
|
Semester 1 (3,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijk examen | 100 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Dit opleidingsonderdeel bestaat uit twee deelcomponenten: vakdidactiek
Nederlands en vakdidactiek wiskunde. Voor elke deelcomponent wordt een
afzonderlijk deelcijfer toegekend.
Studenten die in de eerste examenkans voor één van beide deelcomponenten
een voldoende behalen, namelijk minstens een niet-afgerond deelcijfer
gelijk aan of boven 10/20, kunnen ervoor kiezen om
dit deelcijfer te behouden voor de tweede examenkans binnen hetzelfde
academiejaar. In dat geval leggen zij in de tweede examenkans enkel de
deelcomponent waarvoor zij een onvoldoende behaalden opnieuw af.
Studenten kunnen er ook voor kiezen om beide deelcomponenten opnieuw af
te leggen, bijvoorbeeld wanneer zij verwachten dat dit hun slaagkansen
kan verhogen. Wanneer een student een deelcomponent opnieuw aflegt, telt
het resultaat van de tweede examenkans voor die deelcomponent.
Het eindcijfer voor de tweede examenkans wordt berekend op basis van de
deelcijfers die gelden voor de tweede examenkans, volgens dezelfde
weging als in de eerste examenkans.
Deelcijfers worden enkel overgedragen van de eerste naar de tweede
examenkans binnen hetzelfde academiejaar en worden niet automatisch
meegenomen naar een volgend academiejaar, tenzij anders bepaald door het
onderwijs- en examenreglement. |
|
|
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | De studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | Het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel wordt berekend op basis van een gelijke weging van beide onderdelen: 50% vakdidactiek Nederlands en 50% vakdidactiek wiskunde. Voor de toepassing van de minimumvoorwaarde per onderdeel wordt gekeken naar de niet-afgeronde deelcijfers.
Om te slagen voor het opleidingsonderdeel moet de student een gewogen eindgemiddelde van minstens 10/20 behalen én voor elk van beide onderdelen minstens 8/20 behalen op het niet-afgeronde deelcijfer. |
|
|
|
| Gevolg | Een student die voor één van beide onderdelen Nederlands of Wiskunde een niet-afgerond deelcijfer lager dan 8/20 behaalt, krijgt als eindresultaat in het studentendossier “F — fail”. Dit eindresultaat is niet-tolereerbaar, ongeacht het gewogen rekenkundig gemiddelde van beide deelcijfers.
Een student die voor minstens één van beide onderdelen een niet-afgerond deelcijfer behaalt vanaf 8/20 maar lager dan 10/20, kan slagen voor het opleidingsonderdeel indien het gewogen eindgemiddelde minstens 10/20 bedraagt.
Wanneer het gewogen eindgemiddelde lager is dan 10/20, maar de student voor beide onderdelen minstens 8/20 behaalt op het niet-afgeronde deelcijfer, wordt het eindresultaat bepaald op basis van het gewogen rekenkundig gemiddelde. Dit eindresultaat kan, voor zover van toepassing volgens het onderwijs- en examenreglement, tolereerbaar zijn. |
|
|
|
Semester 2 (2,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijk examen | 100 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Dit opleidingsonderdeel bestaat uit twee deelcomponenten: vakdidactiek
Nederlands en vakdidactiek wiskunde. Voor elke deelcomponent wordt een
afzonderlijk deelcijfer toegekend.
Studenten die in de eerste examenkans voor één van beide deelcomponenten
een voldoende behalen, namelijk minstens een niet-afgerond deelcijfer
gelijk aan of boven 10/20, kunnen ervoor kiezen om
dit deelcijfer te behouden voor de tweede examenkans binnen hetzelfde
academiejaar. In dat geval leggen zij in de tweede examenkans enkel de
deelcomponent waarvoor zij een onvoldoende behaalden opnieuw af.
Studenten kunnen er ook voor kiezen om beide deelcomponenten opnieuw af
te leggen, bijvoorbeeld wanneer zij verwachten dat dit hun slaagkansen
kan verhogen. Wanneer een student een deelcomponent opnieuw aflegt, telt
het resultaat van de tweede examenkans voor die deelcomponent.
Het eindcijfer voor de tweede examenkans wordt berekend op basis van de
deelcijfers die gelden voor de tweede examenkans, volgens dezelfde
weging als in de eerste examenkans.
Deelcijfers worden enkel overgedragen van de eerste naar de tweede
examenkans binnen hetzelfde academiejaar en worden niet automatisch
meegenomen naar een volgend academiejaar, tenzij anders bepaald door het
onderwijs- en examenreglement. |
|
|
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | De studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | Het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel wordt berekend op basis van een gelijke weging van beide onderdelen: 50% vakdidactiek Nederlands en 50% vakdidactiek wiskunde. Voor de toepassing van de minimumvoorwaarde per onderdeel wordt gekeken naar de niet-afgeronde deelcijfers.
Om te slagen voor het opleidingsonderdeel moet de student een gewogen eindgemiddelde van minstens 10/20 behalen én voor elk van beide onderdelen minstens 8/20 behalen op het niet-afgeronde deelcijfer. |
|
|
|
| Gevolg | Een student die voor één van beide onderdelen Nederlands of Wiskunde een niet-afgerond deelcijfer lager dan 8/20 behaalt, krijgt als eindresultaat in het studentendossier “F — fail”. Dit eindresultaat is niet-tolereerbaar, ongeacht het gewogen rekenkundig gemiddelde van beide deelcijfers.
Een student die voor minstens één van beide onderdelen een niet-afgerond deelcijfer behaalt vanaf 8/20 maar lager dan 10/20, kan slagen voor het opleidingsonderdeel indien het gewogen eindgemiddelde minstens 10/20 bedraagt.
Wanneer het gewogen eindgemiddelde lager is dan 10/20, maar de student voor beide onderdelen minstens 8/20 behaalt op het niet-afgeronde deelcijfer, wordt het eindresultaat bepaald op basis van het gewogen rekenkundig gemiddelde. Dit eindresultaat kan, voor zover van toepassing volgens het onderwijs- en examenreglement, tolereerbaar zijn. |
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | De tweede examenkans verschilt inhoudelijk niet van de eerste examenkans. Ook in de tweede examenkans bestaat de evaluatie uit twee afzonderlijke examens: één examen voor vakdidactiek Nederlands en één examen voor vakdidactiek wiskunde. Beide examens bestaan uit een combinatie van open vragen en meerkeuzevragen.
Wanneer een student in de eerste examenkans voor één van beide onderdelen een niet-afgerond deelcijfer gelijk aan of boven 10/20 behaalt, kan dit deelcijfer behouden blijven voor de tweede examenkans binnen hetzelfde academiejaar. De student hoeft dat onderdeel dan niet opnieuw af te leggen en herneemt enkel het onderdeel waarvoor een onvoldoende werd behaald.
Studenten kunnen er ook voor kiezen om beide onderdelen opnieuw af te leggen. In dat geval telt voor elk hernomen onderdeel het resultaat van de tweede examenkans. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Master in het basisonderwijs
|
- EC
| EC 1: De master in het basisonderwijs ontwerpt, verantwoordt en realiseert een krachtige klas- en schoolpraktijk op basis van actuele (inter)nationale pedagogische en (vak)didactische (voor minstens wiskunde en Nederlands) theoretische modellen en onderzoeksbevindingen. | - EC
| EC 2: De master in het basisonderwijs analyseert en evalueert kritisch pedagogisch-(vak)didactische keuzes op klas- en schoolniveau, op basis van wetenschappelijke inzichten en in relatie tot de onderwijscontext en de geldende beleidskaders. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
Master in het basisonderwijs vakdidactische expertise verplicht
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|