De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Vakdidactische expertise: theoretische verdieping (9003)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Wim TOPS 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Machteld VERHENNE 


Studiepunten: 5,0
Studiebelastingsuren: 135
Periode: semester 1 (3sp) semester 2 (2sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

Van studenten wordt verwacht dat zij de basiscompetenties en vakinhoudelijke kennis beheersen die behoren tot de educatieve bachelor kleuteronderwijs of lager onderwijs.

Voor Nederlands betekent dit dat studenten beschikken over voldoende inzicht in de ontwikkeling van taalvaardigheid bij jonge kinderen en leerlingen in de basisschool. Zij beheersen de basiskennis rond mondelinge taalvaardigheid, beginnende en aanvankelijke geletterdheid, technisch en begrijpend lezen, spelling, schrijven, taalbeschouwing en omgaan met talige diversiteit. Daarnaast kunnen zij deze vakinhoudelijke kennis verbinden met passende didactische keuzes binnen het kleuter- of lager onderwijs.

Voor wiskunde betekent dit dat studenten beschikken over voldoende inzicht in de ontwikkeling van wiskundig denken bij jonge kinderen en leerlingen in de basisschool. Zij beheersen de basiskennis rond getalbegrip, bewerkingen, meten en meetkunde, patronen en verbanden, probleemoplossend denken en wiskundige representaties. Daarnaast kunnen zij deze vakinhoudelijke kennis verbinden met passende didactische keuzes binnen het kleuter- of lager onderwijs.



Inhoud

In dit opleidingsonderdeel staan verschillende theorieën, visies en onderzoek naar vakdidactiek in het basisonderwijs centraal. Meer concreet worden de volgende inhouden behandeld:

  1. Vakdidactiek Nederlands met volgende thema’s:
    • Preventie en interventie bij leesproblemen
    • Omgaan met talige diversiteit in de klas
    • Taalsysteem en taalgebruik
    • Creatief schrijven en rijke teksten

  2. Vakdidactiek wiskunde met volgende thema’s:
    • Wiskundige cognitie
    • Preventie en interventie bij rekenproblemen
    • Probleemoplossend denken
    • Cognitief sterke leerlingen 
    • Wiskundige representaties en contexten
    • Wiskundetaal en -begrippen


Verplichte handboeken (boekhandel)
 

Desoete, A., Vanderswalmen, R., Van Vreckem, C., Carnewal, S., & Van Vooren, V. (2024). Dyscalculie 2.0. Gent: Academia Press.

 

Verplicht studiemateriaal
 

Reader (selectie van artikels), presentaties en studieleidraad beschikbaar via Blackboard. De verplichte artikels maken integraal deel uit van de leerstof. Studenten worden verwacht deze teksten grondig te lezen, te verwerken en te kunnen verbinden met de theorieën, concepten en praktijken die in de contactmomenten aan bod komen. 

 

Aanbevolen literatuur
 

Reader (selectie van artikels), presentaties en studieleidraad beschikbaar via Blackboard. De aanbevolen artikels bieden verdieping en verbreding bij de behandelde thema’s. Ze ondersteunen studenten die bepaalde onderwerpen verder willen uitdiepen of bijkomende wetenschappelijke onderbouwing zoeken. Deze artikels behoren niet tot de verplichte leerstof.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  
Werkvormen  
Discussies /debat  
Groepswerk  
Huiswerktaken  
Onderwijsleergesprek  
Presentatie  


Evaluatie

Semester 1 (3,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijk examen100 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarDit opleidingsonderdeel bestaat uit twee deelcomponenten: vakdidactiek Nederlands en vakdidactiek wiskunde. Voor elke deelcomponent wordt een afzonderlijk deelcijfer toegekend. Studenten die in de eerste examenkans voor één van beide deelcomponenten een voldoende behalen, namelijk minstens een niet-afgerond deelcijfer gelijk aan of boven 10/20, kunnen ervoor kiezen om dit deelcijfer te behouden voor de tweede examenkans binnen hetzelfde academiejaar. In dat geval leggen zij in de tweede examenkans enkel de deelcomponent waarvoor zij een onvoldoende behaalden opnieuw af. Studenten kunnen er ook voor kiezen om beide deelcomponenten opnieuw af te leggen, bijvoorbeeld wanneer zij verwachten dat dit hun slaagkansen kan verhogen. Wanneer een student een deelcomponent opnieuw aflegt, telt het resultaat van de tweede examenkans voor die deelcomponent. Het eindcijfer voor de tweede examenkans wordt berekend op basis van de deelcijfers die gelden voor de tweede examenkans, volgens dezelfde weging als in de eerste examenkans. Deelcijfers worden enkel overgedragen van de eerste naar de tweede examenkans binnen hetzelfde academiejaar en worden niet automatisch meegenomen naar een volgend academiejaar, tenzij anders bepaald door het onderwijs- en examenreglement.
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingDe studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

Het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel wordt berekend op basis van een gelijke weging van beide onderdelen: 50% vakdidactiek Nederlands en 50% vakdidactiek wiskunde. Voor de toepassing van de minimumvoorwaarde per onderdeel wordt gekeken naar de niet-afgeronde deelcijfers.

Om te slagen voor het opleidingsonderdeel moet de student een gewogen eindgemiddelde van minstens 10/20 behalen én voor elk van beide onderdelen minstens 8/20 behalen op het niet-afgeronde deelcijfer.

Gevolg

Een student die voor één van beide onderdelen Nederlands of Wiskunde een niet-afgerond deelcijfer lager dan 8/20 behaalt, krijgt als eindresultaat in het studentendossier “F — fail”. Dit eindresultaat is niet-tolereerbaar, ongeacht het gewogen rekenkundig gemiddelde van beide deelcijfers.

Een student die voor minstens één van beide onderdelen een niet-afgerond deelcijfer behaalt vanaf 8/20 maar lager dan 10/20, kan slagen voor het opleidingsonderdeel indien het gewogen eindgemiddelde minstens 10/20 bedraagt.

Wanneer het gewogen eindgemiddelde lager is dan 10/20, maar de student voor beide onderdelen minstens 8/20 behaalt op het niet-afgeronde deelcijfer, wordt het eindresultaat bepaald op basis van het gewogen rekenkundig gemiddelde. Dit eindresultaat kan, voor zover van toepassing volgens het onderwijs- en examenreglement, tolereerbaar zijn.


Semester 2 (2,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijk examen100 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarDit opleidingsonderdeel bestaat uit twee deelcomponenten: vakdidactiek Nederlands en vakdidactiek wiskunde. Voor elke deelcomponent wordt een afzonderlijk deelcijfer toegekend. Studenten die in de eerste examenkans voor één van beide deelcomponenten een voldoende behalen, namelijk minstens een niet-afgerond deelcijfer gelijk aan of boven 10/20, kunnen ervoor kiezen om dit deelcijfer te behouden voor de tweede examenkans binnen hetzelfde academiejaar. In dat geval leggen zij in de tweede examenkans enkel de deelcomponent waarvoor zij een onvoldoende behaalden opnieuw af. Studenten kunnen er ook voor kiezen om beide deelcomponenten opnieuw af te leggen, bijvoorbeeld wanneer zij verwachten dat dit hun slaagkansen kan verhogen. Wanneer een student een deelcomponent opnieuw aflegt, telt het resultaat van de tweede examenkans voor die deelcomponent. Het eindcijfer voor de tweede examenkans wordt berekend op basis van de deelcijfers die gelden voor de tweede examenkans, volgens dezelfde weging als in de eerste examenkans. Deelcijfers worden enkel overgedragen van de eerste naar de tweede examenkans binnen hetzelfde academiejaar en worden niet automatisch meegenomen naar een volgend academiejaar, tenzij anders bepaald door het onderwijs- en examenreglement.
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingDe studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

Het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel wordt berekend op basis van een gelijke weging van beide onderdelen: 50% vakdidactiek Nederlands en 50% vakdidactiek wiskunde. Voor de toepassing van de minimumvoorwaarde per onderdeel wordt gekeken naar de niet-afgeronde deelcijfers.

Om te slagen voor het opleidingsonderdeel moet de student een gewogen eindgemiddelde van minstens 10/20 behalen én voor elk van beide onderdelen minstens 8/20 behalen op het niet-afgeronde deelcijfer.

Gevolg

Een student die voor één van beide onderdelen Nederlands of Wiskunde een niet-afgerond deelcijfer lager dan 8/20 behaalt, krijgt als eindresultaat in het studentendossier “F — fail”. Dit eindresultaat is niet-tolereerbaar, ongeacht het gewogen rekenkundig gemiddelde van beide deelcijfers.

Een student die voor minstens één van beide onderdelen een niet-afgerond deelcijfer behaalt vanaf 8/20 maar lager dan 10/20, kan slagen voor het opleidingsonderdeel indien het gewogen eindgemiddelde minstens 10/20 bedraagt.

Wanneer het gewogen eindgemiddelde lager is dan 10/20, maar de student voor beide onderdelen minstens 8/20 behaalt op het niet-afgeronde deelcijfer, wordt het eindresultaat bepaald op basis van het gewogen rekenkundig gemiddelde. Dit eindresultaat kan, voor zover van toepassing volgens het onderwijs- en examenreglement, tolereerbaar zijn.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De tweede examenkans verschilt inhoudelijk niet van de eerste
examenkans. Ook in de tweede examenkans bestaat de evaluatie uit twee
afzonderlijke examens: één examen voor vakdidactiek Nederlands en één
examen voor vakdidactiek wiskunde. Beide examens bestaan uit een
combinatie van open vragen en meerkeuzevragen.

Wanneer een student in de eerste examenkans voor één van beide
onderdelen een niet-afgerond deelcijfer gelijk aan of boven 10/20
behaalt, kan dit deelcijfer
behouden blijven voor de tweede examenkans binnen hetzelfde
academiejaar. De student hoeft dat onderdeel dan niet opnieuw af te
leggen en herneemt enkel het onderdeel waarvoor een onvoldoende werd
behaald.

Studenten kunnen er ook voor kiezen om beide onderdelen opnieuw af te
leggen. In dat geval telt voor elk hernomen onderdeel het resultaat van
de tweede examenkans.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Master in het basisonderwijs
  •  EC 
  • EC 1: De master in het basisonderwijs ontwerpt, verantwoordt en realiseert een krachtige klas- en schoolpraktijk op basis van actuele (inter)nationale pedagogische en (vak)didactische (voor minstens wiskunde en Nederlands) theoretische modellen en onderzoeksbevindingen.

  •  EC 
  • EC 2: De master in het basisonderwijs analyseert en evalueert kritisch pedagogisch-(vak)didactische keuzes op klas- en schoolniveau, op basis van wetenschappelijke inzichten en in relatie tot de onderwijscontext en de geldende beleidskaders.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
Master in het basisonderwijs vakdidactische expertise verplicht J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.