Software Quality and Security (9014) |
| Studiepunten: 3,0 | | Studiebelastingsuren: 81 | Periode: semester 1 (3sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
|
De studenten leren in dit opleidingsonderdeel de basisprincipes achter:
- Het schrijven van software die kwalitatief voldoet aan zowel objectieve kwaliteitscriteria als situatie-specifieke vereisten m.b.t. kwaliteit;
- De verschillende referentiekaders die bestaan m.b.t. kwaliteitsnormen;
- Het schrijven van veilige en resilient software;
- De verschillende programmeerfouten die gemaakt kunnen worden die een impact hebben op de veiligheid en hoe deze te voorkomen.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Er worden slide sets gebruikt door de gastsprekers in hun presentaties. Deze slidesets worden in beperkte vorm ter beschikking gesteld van de studenten ; de studenten dienen deze aan te vullen met eigen notities. |
|
|
|
Semester 1 (3,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
| Andere: | Verplicht bijwonen van de presentaties. Schrijven van 2 persoonlijke reflectiepapers over de inhoud van de presentaties. Studenten krijgen de nodige informatie over deze paper aan het begin van het vak. |
|
|
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de informatica
|
- EC
| De afgestudeerde bachelor beschikt over een breed referentiekader waardoor hij/zij de eigen kennis en vaardigheden van het vakgebied voortdurend kan actualiseren. | | | - DC
| De student heeft grondige kennis over belangrijke deelgebieden van de informatica: programmeertalen en -paradigma''s, computerarchitectuur, human computer interaction, data management, algoritmen en datastructuren, software engineering, computernetwerken, logica, theoretische informatica, besturingssystemen en computer graphics. | | | - DC
| De student begrijpt de samenhang tussen belangrijke deelgebieden van de informatica en kan de kennis daaruit combineren. | | | - DC
| De student kan toepassingsgericht denken en handelen in informatica. | | | - DC
| De student kan doelgericht zijn/haar (informatica)kennis actualiseren, vertrekkend van het bestaand referentiekader. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica is in staat informatie uit vakliteratuur en onderzoek op wetenschappelijk verantwoorde wijze te verwerken. | | | - DC
| De student kan informatie uit vakliteratuur en wetenschappelijk onderzoek kritisch interpreteren. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren en analyseren, de eigen creativiteit aanwenden om deelproblemen op te lossen en de gevonden oplossingen te combineren tot een oplossing voor het oorspronkelijke probleem. | | | - DC
| De student kan een informaticaprobleem analyseren door het op te splitsen in meer beheersbare deelproblemen. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan over het eigen werk rapporteren en communiceren, en kan het presenteren, aan informatici. | | | - DC
| De student kan over het eigen werk schriftelijk rapporteren op het niveau van informatici. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3de bachelorjaar in de informatica
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|