Vakdidactische expertise: casuïstiek (9032) |
| Studiepunten: 5,0 | | Studiebelastingsuren: 135 | Periode: semester 1 (5sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Er wordt verwacht dat de studenten de volgende eindcompetenties van de educatieve bachelor kleuter- of lager onderwijs beheersen:
-
De studenten hebben inzicht in de brede ontwikkeling van de kleuter of het lagere schoolkind. Zij beschikken over de didactische expertise van Nederlands en wiskunde.
-
De studenten kunnen een praktijkprobleem op systematische wijze onderzoeken en kritisch reflecteren over hun eigen functioneren, maatschappelijke ontwikkelingen, relevante theoretische denkkaders en inzichten uit onderwijsonderzoek met het oog op het verbeteren van het leerproces van hun kinderen. Ze detecteren professionaliseringsnoden en tonen een bereidheid tot levenslang leren.
-
De studenten tonen gepaste beroepshoudingen als beslissingsvermogen, relationele gerichtheid, kritische ingesteldheid, leergierigheid, organisatievermogen, zin voor samenwerking, verantwoordelijkheidszin en flexibiliteit.
|
|
|
|
|
In dit opleidingsonderdeel werken studenten via casusgericht leren aan een complexe praktijkvraag. In kleine groepen (3 à 4 studenten) gaan zij aan de slag met een realistische, authentieke casus waarin een relevant en uitdagend vraagstuk over vakdidactiek Nederlands en/of wiskunde binnen het basisonderwijs centraal staat. Aan de hand van een literatuurstudie en casusanalyse formuleren de studenten onderbouwde en passende aanbevelingen voor de onderwijspraktijk.
Tijdens de contactmomenten worden studenten ondersteund via practica en praktijkgerichte opdrachten. Deze momenten bieden ruimte om theorie aan de casus te koppelen en stimuleren reflectie op de eigen professionele rol. Buiten de contactmomenten werken de studenten actief verder aan de casus. Ze bouwen stap voor stap aan een eindproduct, dat ze aan het einde van het traject presenteren.
|
|
| Aanbevolen literatuur |
| |
Het boek 'Kennisrijk kansrijk' wordt aanbevolen maar is niet verplicht. De Engelstalige versie van dit boek is vrij beschikbaar.
Surma, T., Vanhees, C., Wils, M., Nijlunsing, J., Crato, N., Hattie, J., Muijs, D., Rata, E., Wiliam, D., & Kirschner, P. A. (2025). Kennisrijk kansrijk. Naar een onderwijscurriculum voor diepe denkers. Leuven, België: Lannoo Campus. |
|
 
|
| Aanbevolen studiemateriaal |
| |
Digitaal cursusmateriaal (studieleidraad, casusbeschrijving, documentatie van de school, opdracht, handouts van practica, evaluatierubric), beschikbaar via Blackboard |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Casussessie ✔
|
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
|
Zelfstudieopdracht (ZSO) ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Casestudy ✔
|
|
|
|
Groepswerk ✔
|
|
|
|
Semester 1 (5,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Ander examen | 100 % |
|
| Andere: | - Groepsscore met individuele correctie op basis van peer assessment en individuele reflectieopdracht (voor meer details, zie studieleidraad) - Op te leveren producten: o Groepswerk: mondelinge wetenschappelijke uiteenzetting met schriftelijke voorbereiding (paper) o Peer assessment opdracht, waarin studenten elkaar beoordelen op de samenwerking binnen en bijdragen aan het groepswerk o Individuele reflectieopdracht, waarin studenten reflecteren over de groepsdynamiek |
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | De studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | Tijdige inlevering van een individuele reflectieopdracht is verplicht. |
|
|
|
| Gevolg | Het niet voldoen aan deze evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit opleidingsonderdeel. |
|
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | De invulling (opdracht, individueel of groepswerk, nieuwe of gekende casus, …) van de tweede examenkans voor dit opleidingsonderdeel wordt door de docent bepaald.
Evaluatie tijdens de herkansingsperiode: 100% zelfstandig werk. De studenten gaan individueel aan de slag met een nieuwe, soortgelijke casus als in de 1e onderwijsperiode. De studenten schrijven een individuele reflectieopdracht waarin ze stilstaan bij hun leerervaringen. De studenten presenteren (tijdens de examenperiode) hun eindproduct, dat summatief geëvalueerd wordt door hun docent. Dit resulteert in de volgende evaluatievoorwaarde: Tijdige inlevering van een individuele reflectieopdracht is verplicht.
|
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Master in het basisonderwijs
|
- EC
| EC 12: De master in het basisonderwijs voert zelfstandig praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek uit op methodologisch, deontologisch en ethisch correcte werkwijze en rapporteert transparant over het proces en de bevindingen. | - EC
| EC 2: De master in het basisonderwijs analyseert en evalueert kritisch pedagogisch-(vak)didactische keuzes op klas- en schoolniveau, op basis van wetenschappelijke inzichten en in relatie tot de onderwijscontext en de geldende beleidskaders. | - EC
| EC 3: De master in het basisonderwijs ontwikkelt en implementeert onderbouwde, innovatieve voorstellen ter versterking van de pedagogische en (vak)didactische praktijk en het beleid. | - EC
| EC 4: De master in het basisonderwijs stelt zelfstandig, en in overleg met relevante actoren in en rond de school, een plan van aanpak op voor meervoudige complexe leer- en ontwikkelvraagstukken bij leerlingen. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
Master in het basisonderwijs vakdidactische expertise verplicht
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|