De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Vakdidactische expertise: onderzoek in de praktijk (9033)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Wim TOPS 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Machteld VERHENNE 


Studiepunten: 5,0
Studiebelastingsuren: 135
Periode: semester 1 (0sp) semester 2 (5sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

Van studenten wordt verwacht dat zij de basiscompetenties beheersen uit het schakelprogramma, in het bijzonder uit het opleidingsonderdeel Onderwijsonderzoek en statistiek.

Studenten beschikken over een brede basiskennis van onderzoeksmethodologie en data-analyse. Zij kunnen wetenschappelijke literatuur opzoeken, lezen en kritisch verwerken. Zij hebben inzicht in de opbouw van een onderzoek, het formuleren van een onderzoeksvraag, het kiezen van een passende onderzoeksmethode en het verzamelen, verwerken en interpreteren van gegevens.

Daarnaast kunnen studenten elementaire kwantitatieve en kwalitatieve analysetechnieken toepassen en onderzoeksresultaten op een correcte en transparante manier rapporteren. Zij zijn vertrouwd met basisbegrippen zoals validiteit, betrouwbaarheid, steekproef, meetinstrumenten, beschrijvende statistiek, inferentiële statistiek en ethische aspecten van praktijkgericht onderzoek.



Inhoud

Studenten verkennen hoe praktijkgericht onderzoek kan bijdragen aan het versterken van vakdidactische processen in het kleuter- en lager onderwijs. De focus ligt op het systematisch onderzoeken van een concrete vraag uit de eigen klas- of schoolpraktijk, met aandacht voor wetenschappelijke onderbouwing, pedagogisch-didactische relevantie en toepasbaarheid in de onderwijspraktijk.

In dit opleidingsonderdeel staat onderzoek in de eigen klas of school centraal. Studenten vertrekken vanuit een praktijkvraag die aansluit bij één van de behandelde vakspecifieke domeinen: wetenschappen, techniek, STEM, aardrijkskunde, geschiedenis, muzische vorming of Frans. Via gastcolleges maken studenten kennis met actuele inzichten, theorieën en voorbeelden uit deze vakdidactieken. Deze inhouden bieden inspiratie en richting bij het formuleren van een relevante onderzoeksvraag.

In het kader van dit opleidingsonderdeel voeren studenten individueel een kleinschalig praktijkonderzoek uit. De gekozen onderzoeksmethode wordt afgestemd op de onderzoeksvraag. Studenten verzamelen data, afhankelijk van hun onderzoeksvraag, met behulp van bijvoorbeeld observaties, bevragingen, interviews, lesson study, documentanalyse, ontwerpgericht onderzoek, een interventiestudie of een combinatie van methodes.

Studenten onderbouwen hun onderzoek vanuit relevante vakdidactische en wetenschappelijke literatuur, verzamelen en analyseren gegevens op een systematische manier en formuleren op basis daarvan conclusies en aanbevelingen voor de eigen onderwijspraktijk. Ze reflecteren kritisch op de kwaliteit, haalbaarheid, ethische aspecten en pedagogisch-didactische meerwaarde van hun onderzoek.



Aanbevolen literatuur
 

De Jong, J. (2018). Academisch schrijven. Uitgeverij Coutinho

 

Aanbevolen studiemateriaal
 

Digitaal cursusmateriaal (studieleidraad, opdracht, wetenschappelijke literatuur, handouts practica, evaluatierubric) is beschikbaar via Blackboard



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Werkzittingen  
Werkvormen  
Paper  
Presentatie  


Evaluatie

Semester 2 (5,00sp)

Evaluatievorm
Ander examen100 %
Andere:Portfolio - criteriumgericht interview
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingDe studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de mondelinge evaluatie.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden
  1. Het uitvoeren van de praktijkopdracht (dataverzameling in de eigen klas of school) is verplicht en gebeurt ten laatste tegen eind juni.
  2. Tijdige inlevering van de paper is verplicht.
  3. Deelname aan de mondelinge voortzetting is verplicht.

Het niet voldoen aan een van de evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit opleidingsonderdeel.

Gevolg

Het niet voldoen aan een van de evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit opleidingsonderdeel.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm Studenten kunnen enkel deelnemen aan de tweede examenkans als de
praktijkopdracht werd uitgevoerd. De invulling van de tweede examenkans
voor dit opleidingsonderdeel wordt door de docent bepaald. Hou er
rekening mee dat praktijkopdrachten mogelijk niet buiten het schooljaar
uitgevoerd kunnen worden.

Studenten herwerken hun voorbereiding, rekening houdend met de gekregen
feedback van hun docent, en nemen deel aan de mondelinge voortzetting.
Evaluatievoorwaarden tweede zittijd:
- Het uitvoeren van de praktijkopdracht is verplicht en gebeurt ten
laatste tegen eind juni.
- Tijdige inlevering van de paper is verplicht.
- Deelname aan de mondelinge voortzetting is verplicht.
Het niet voldoen aan een van de evaluatievoorwaarden resulteert in een
onvoldoende voor dit opleidingsonderdeel.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Master in het basisonderwijs
  •  EC 
  • EC 1: De master in het basisonderwijs ontwerpt, verantwoordt en realiseert een krachtige klas- en schoolpraktijk op basis van actuele (inter)nationale pedagogische en (vak)didactische (voor minstens wiskunde en Nederlands) theoretische modellen en onderzoeksbevindingen.

  •  EC 
  • EC 11: De master in het basisonderwijs identificeert en analyseert complexe vraagstukken in het basisonderwijs, op basis van data, actuele wetenschappelijke inzichten, praktijkervaring, diverse perspectieven en maatschappelijke ontwikkelingen.

  •  EC 
  • EC 12: De master in het basisonderwijs voert zelfstandig praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek uit op methodologisch, deontologisch en ethisch correcte werkwijze en rapporteert transparant over het proces en de bevindingen.

  •  EC 
  • EC 13: De master in het basisonderwijs reflecteert kritisch en onderbouwd op onderzoeks-, professionaliserings- en ontwikkelprocessen en de eigen rol daarin.

  •  EC 
  • EC 14: De master in het basisonderwijs benut inzichten uit eigen en bestaand onderzoek om praktijkgerichte en beleidsmatige innovaties te ontwerpen en implementeren, met aandacht voor de specifieke context en de onderliggende wetenschappelijke kennisbasis.

  •  EC 
  • EC 15: De master in het basisonderwijs neemt initiatief om onderbouwd te experimenteren in complexe en veranderlijke onderwijscontexten.

  •  EC 
  • EC 2: De master in het basisonderwijs analyseert en evalueert kritisch pedagogisch-(vak)didactische keuzes op klas- en schoolniveau, op basis van wetenschappelijke inzichten en in relatie tot de onderwijscontext en de geldende beleidskaders.

  •  EC 
  • EC 3: De master in het basisonderwijs ontwikkelt en implementeert onderbouwde, innovatieve voorstellen ter versterking van de pedagogische en (vak)didactische praktijk en het beleid.

  •  EC 
  • EC 7: De master in het basisonderwijs ontwikkelt, implementeert en evalueert onderbouwde strategieën en interventies voor onderwijsverbetering, innovatie en kwaliteitsontwikkeling, in lijn met de visie, het beleid en de contextspecifieke data van de basisschool.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
Master in het basisonderwijs vakdidactische expertise verplicht J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.