Diversiteit, zorg en innovatie: onderzoek in de praktijk (9036) |
| Studiepunten: 5,0 | | Studiebelastingsuren: 135 | Periode: semester 1 (5sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
|
In dit opleidingsonderdeel onderzoek je hoe je bestaande of nieuwe leeractiviteiten in je eigen klaspraktijk krachtiger, inclusiever en innovatiever kan maken. Je vertrekt daarbij vanuit concrete activiteiten die je als leraar in het kleuter- of lager onderwijs doorheen het schooljaar effectief inzet, wil inzetten of kritisch wil verbeteren. Doorheen het semester bouw je een praktijkportfolio op. In dit portfolio verzamel je leeractiviteiten die je analyseert, herontwerpt, verrijkt, uitprobeert, documenteert en bijstuurt. Je toont daarbij aan dat je doelgericht kan nadenken over krachtige leeractiviteiten, technologie, AI, differentiatie, brede basiszorg en zorgnoden binnen je eigen klascontext. De nadruk ligt op praktijkgericht onderzoekend handelen. Je onderzoekt dus niet op afstand, maar vanuit je eigen onderwijspraktijk: welke activiteiten werken goed, welke activiteiten kunnen sterker, welke leerlingen hebben extra ondersteuning nodig, waar kan technologie of AI een meerwaarde bieden, en hoe kan je binnen één activiteit differentiëren zonder het kernleerdoel te verlagen?
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
|
Semester 1 (5,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
| Andere: | Praktijkportfolio + criteriumgericht interview |
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden |
- Uitvoering van de opgegeven praktijkopdrachten is verplicht.
- Tijdige inlevering van het portfolio is verplicht.
|
|
|
|
| Gevolg | Het niet voldoen aan minstens 1 van deze 2 evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Studenten kunnen enkel deelnemen aan de tweede examenkans als de praktijkopdracht werd uitgevoerd. De invulling van de tweede examenkans voor dit opleidingsonderdeel wordt door de docent bepaald. Hou er rekening mee dat praktijkopdrachten mogelijk niet buiten het schooljaar uitgevoerd kunnen worden. Ongeacht de concrete invulling, blijven de volgende evaluatievoorwaarden cruciaal: - Tijdige inlevering van het nieuwe werk is verplicht - Tijdige inlevering van een individuele reflectieopdracht is verplicht. Gevolg: Het niet voldoen aan minstens 1 van deze 2 evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit OPO. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Master in het basisonderwijs
|
- EC
| EC 11: De master in het basisonderwijs identificeert en analyseert complexe vraagstukken in het basisonderwijs, op basis van data, actuele wetenschappelijke inzichten, praktijkervaring, diverse perspectieven en maatschappelijke ontwikkelingen. | - EC
| EC 12: De master in het basisonderwijs voert zelfstandig praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek uit op methodologisch, deontologisch en ethisch correcte werkwijze en rapporteert transparant over het proces en de bevindingen. | - EC
| EC 13: De master in het basisonderwijs reflecteert kritisch en onderbouwd op onderzoeks-, professionaliserings- en ontwikkelprocessen en de eigen rol daarin. | - EC
| EC 14: De master in het basisonderwijs benut inzichten uit eigen en bestaand onderzoek om praktijkgerichte en beleidsmatige innovaties te ontwerpen en implementeren, met aandacht voor de specifieke context en de onderliggende wetenschappelijke kennisbasis. | - EC
| EC 15: De master in het basisonderwijs neemt initiatief om onderbouwd te experimenteren in complexe en veranderlijke onderwijscontexten. | - EC
| EC 4: De master in het basisonderwijs stelt zelfstandig, en in overleg met relevante actoren in en rond de school, een plan van aanpak op voor meervoudige complexe leer- en ontwikkelvraagstukken bij leerlingen. | - EC
| EC 5: De master in het basisonderwijs evalueert het effect van onderzoeksgebaseerde interventies op leerlingontwikkeling en onderwijsprocessen op klas- of schoolniveau. | - EC
| EC 6: De master in het basisonderwijs draagt actief bij aan onderbouwde beleidsontwikkelingen voor een inclusieve en ontwikkelingsgerichte leeromgeving op school. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
Master in het basisonderwijs: zorg, diversiteit en innovatie verplicht
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|