De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Methodologie 3 voor masterproef: Onderzoeksvoorstel (9688)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Aleydis NISSEN 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Marie-Laure LUYKX 


Studiepunten: 3,0
Studiebelastingsuren: 81
Periode: kwartiel 4 (3sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
Groep 1
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Methodologie 1 voor masterproef: Interdisciplinaire onderzoeksmethoden (4395) 6.0 stptn  
    Methodologie 2 voor masterproef: Recht en technologie (9687) 6.0 stptn  
 
Of groep 2
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Methodologie 1 voor masterproef: Interdisciplinaire onderzoeksmethoden (4395) 6.0 stptn  
    Methodologie 2 voor masterproef: Stage (4137) 3.0 stptn  
    Methodologie 3 voor masterproef: Logica (3880) 3.0 stptn  
 


Begincompetenties
  • De student kan ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context onderkennen en is zich bewust van zijn verantwoordelijkheden als jurist bij het richting geven aan zijn oordeelsvorming. 
  • De student kan rekening houden met de maatschappelijke context waarin rechtswetenschappelijk onderzoek wordt gevoerd en is in staat om ook andere dan zuiver juridisch-technische onderzoeksvragen te beantwoorden. 
  • De student kan in een situatie verschillende dimensies onderkennen en betrekken in zijn analyse en zijn overtuigingsstrategie. 
  • De student kan een rechtswetenschappelijk onderzoek waarbij een antwoord moet worden geformuleerd op een beschrijvende, rechtsvergelijkende, definiërende, verklarende, rechtstheoretische, evaluatieve of aanbevelende onderzoeksvraag correct plannen.
  • De student kan schriftelijk en mondeling zijn oplossingsstrategie, zijn oplossingsmethode en zijn effectieve redenering toelichten voor juristen en leken. De student is in staat om kritisch te reflecteren, na debat, over de concrete formuleringswijze van de eigen standpunten en van deze van collega’s. 
  • De student kan zijn eigen aanpak en leerproces kritisch evalueren en bijsturen door zijn sterkte- en zwaktepunten te detecteren aan de hand van ontvangen feedback. 
  • De student kan zelf oplossingen zoeken voor problemen die zich gaandeweg een juridisch onderzoek kunnen stellen. 
  • De student kan kritisch reflecteren over het gehanteerde bronnenmateriaal en de gehanteerde onderzoeksmethode. 


Inhoud

De masterscriptie is het sluitstuk van de academische rechtenopleiding waarin de student bewijst effectief een zelfstandige, vakbekwame en kritische jurist te zijn.

Het traject van de masterscriptie start in het eerste jaar van de masteropleiding met de opmaak van het onderzoeksplan in het opleidingonderdeel Methodologie 3 voor masterproef: Onderzoeksvoorstel. Het onderzoeksplan is een individueel geschreven werkstuk dat minstens het onderzoeksvoorwerp, de probleemstelling, de onderzoeksvragen, de originaliteit van het onderzoek, de afbakening van het onderzoek, een verantwoording en reflectie over de te hanteren methodologie, een bibliografie, een ontwerp van inhoudsopgave, een planning, een dataplan en een plan van de gehanteerde AI-instrumenten bevat.

In het tweede jaar van de masteropleiding (Methodologie 4 voor masterproef: Masterscriptie) wordt het onderzoek uitgevoerd, neergeschreven en verdedigd.

Het opleidingsonderdeel Methodologie 3 voor masterproef: Onderzoeksvoorstel maakt deel uit van de leerlijn methodologie.

Voor het overige wordt verwezen naar het reglement betreffende de masterscriptie. 



Verplicht studiemateriaal
 

Leidraad en masterscriptiereglement 

 

Aanbevolen literatuur
 

Handboek 1:

Rechtswetenschappelijk schrijven, KESTEMONT L. en SCHOUKENS P., 2017, ACCO. 

ISBN: 9789463442206

 

Aanbevolen studiemateriaal
 

Kennisclips beschikbaar gesteld op Blackboard 



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Individueel begeleidingsmoment  


Evaluatie

Kwartiel 4 (3,00sp)

Evaluatievorm
Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode100 %
Andere:Onderzoeksplan en reflectie
Extra info

Zie Masterscriptiereglement.

De student dient op de datum bepaald overeenkomstig het reglement betreffende de masterscriptie zijn onderzoeksplan in te dienen.

Het onderzoekplan wordt schriftelijk beoordeeld door de promotor. De student krijgt de kans om op deze beoordeling schriftelijk te reageren waarna de promotor het onderzoeksplan finaal beoordeelt rekening houdende met de reflectie van de student.

Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de volgende criteria:

  • Verantwoording van en reflectie over de inhoud van het onderzoek en de gehanteerde onderzoeksmethodologie (10/20)
  • Verantwoording van en reflectie over het gebruik van data en AI (2/20)
  • Schriftelijke communicatie (2/20)
  • Vormgeving (1/20)
  • Proces en zelfstandigheid (2/20)
  • Reflectie over de sterkte- en zwaktepunten van het onderzoeksplan (3/20)

De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. Dit kan een verplaatsing inhouden van de deadline voor het indienen van de scriptie en/of een verplaatsing van de mondelinge verdediging ervan en/of de toelating om online te verdedigen. 


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De in eerste kans niet-geslaagde studenten, daarbij inbegrepen de
studenten die in de eerste kans geen definitieve versie van hun
onderzoeksplan indienden of deze niet tijdig indienden, kunnen het
onderzoeksplan volgens de aanwijzingen van de promotor, co-promotor of
begeleider deels dan wel volledig herwerken, c.q. alsnog indienen. Het
(herwerkte) onderzoeksplan moet worden ingediend uiterlijk de eerste
maandag van de herexamenperiode. Voor het overige wordt verwezen naar
het reglement betreffende de masterscriptie.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
master in de rechten
  •  EC 
  • EC01 - De master in de rechten heeft een inleidende en uitdiepende wetenschappelijk-disciplinaire kennis van en inzicht in de leerstukken en in de systematiek(en) van de rechtsgebieden behorende tot de kernvakken van de masteropleiding, mede vanuit Europees en rechtsvergelijkend perspectief. De master in de rechten kan deze kennis, inzichten en systematiek(en) toepassen, mede vanuit Europees en rechtsvergelijkend perspectief. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student heeft een grondige kennis en een diepgaand inzicht in het leerstuk waarover hij zijn masterscriptie schrijft.
  •  EC 
  • EC03 - De master in de rechten heeft inzicht in de recente maatschappelijke ontwikkelingen en het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student betrekt in zijn masterscriptie-onderzoek de wetenschappelijke bronnen daaromtrent en heeft oog voor de evolutie van zijn onderzoeksvoorwerp. Hij is in staat zijn concrete onderzoek te plaatsen in een ruimere context en staat open voor suggesties voor verder onderzoek.
  •  EC 
  • EC06 - De master in de rechten kan kritisch en op zelfstandige wijze verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied opzoeken, raadplegen en selecteren, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student kan op zelfstandige wijze de nodige bronnen verzamelen voor het uitvoeren van een relatief beperkt juridisch-wetenschappelijk onderzoek. Hij kan de verzamelde bronnen beoordelen op hun relevantie en kwaliteit. Hij kan adequaat inschatten of volledigheid in het bronnenonderzoek haalbaar is, en zo neen, welke criteria relevant zijn om in het bronnenmateriaal te selecteren.
  •  EC 
  • EC08 - De master in de rechten kan zelfstandig wetenschappelijk onderzoek verrichten op het niveau van een beginnend onderzoeker, hierover kritisch reflecteren en rapporteren. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student kan zelf een originele, juridisch relevante probleemstelling en juridische relevante onderzoeksvragen bepalen en deze helder en ondubbelzinnig formuleren. De student kan de relevantie van zijn onderzoek overbrengen op een niet-gespecialiseerde lezer. De student kan een relevante methodologie kiezen voor de onderzoeksvragen en deze correct toepassen. Hij kan de keuzes in zijn onderzoeksproces verantwoorden en heeft respect voor de onderzoeksdeontologie. De student kan een nieuw element aanbrengen in het wetenschappelijk debat.
  •  EC 
  • EC13 - De master in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context, kan er kritisch over reflecteren en kan op basis van ethische aspecten, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheden als jurist, richting geven aan een eigen oordeelsvorming. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC14 - De master in de rechten bezit juridische kennis, elementaire kennis over informatie- en communicatietechnologieën, en digitale vaardigheden, die noodzakelijk zijn in een snel evoluerende digitale samenleving. De master in de rechten kan deze verworven competenties kritisch en ethisch verantwoord toepassen. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC15 - De master in de rechten toont een kritische attitude, en is in staat het recht en de verschillende juridische standpunten in kaart te brengen, kritisch te benaderen en zo te komen tot een eigen juridisch onderbouwd oordeel. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student reflecteert in zijn onderzoeksplan kritisch over het door hem gehanteerde bronnenmateriaal en over de gehanteerde onderzoeksmethode. 

  •  EC 
  • EC17 - De master in de rechten is in staat om de eigen aanpak en leerprocessen zelfstandig en zelfgestuurd te plannen, te evalueren, en, in voorkomend geval, ook bij te sturen. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student is in staat om zijn eigen aanpak en leerproces kritisch te evalueren en bij te sturen aan de hand van ontvangen feedback.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
Master in de rechten jaar 1 kern verplicht N



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.