| Studiepunten: 5,0 | | Studiebelastingsuren: 135 | Periode: kwartiel 1 (5sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
|
Algemeen: Onder een 'oefening' verstaan we een vraagstelling waarbij het ogenblikkelijk duidelijk is wat er moet worden gedaan om tot een oplossing te komen (bijv.: zoek de wortels van een gegeven kwadratische vergelijking, inverteer deze matrix, ...). Een probleem daarentegen is een vraagstelling waarbij het antwoord niet onmiddellijk kan worden gegeven. Problemen vergen nader onderzoek vooraleer ze kunnen worden opgelost. In dit opleidingsonderdeel wordt de basis gelegd om probleemoplossend te leren denken.
In deel 1 gaat de student vooral actief bezig zijn met het oplossen van problemen, waarbij de nadruk ligt op problem solving processen, zonder specifieke nood aan formele wiskundige begrippen en programmeerkennis. Deel 1: + Problem-solving processen: - toepassen van heuristieken (vereenvoudigen v.e. probleem, deelproblemen identificeren, patronen herkennen, gegevens organiseren, etc.) - controle-aspecten (efficiënt inzetten van resources, vraagstelling op meta-niveau, etc.) - juistheid van een oplossing aantonen (correcte argumentatie-/bewijstechnieken hanteren, etc.) + Wiskundige begrippen en -concepten: - elementaire bewijstechnieken
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Studiemateriaal wordt in de vorm van slides en een inleidende cursustekst op BB ter beschikking gesteld. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Zelfstudieopdracht (ZSO) ✔
|
|
|
|
Kwartiel 1 (5,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 25 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Het cijfer wordt integraal overgenomen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de informatica
|
- EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren en analyseren, de eigen creativiteit aanwenden om deelproblemen op te lossen en de gevonden oplossingen te combineren tot een oplossing voor het oorspronkelijke probleem. | | | - DC
| De student kan een informaticaprobleem analyseren door het op te splitsen in meer beheersbare deelproblemen. | | | - DC
| De student kan oplossingen van deelproblemen combineren tot een oplossing van het grotere probleem, en deze totaaloplossing beschrijven. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan gefundeerd redeneren, abstraheren en formaliseren, gebruik makend van kennis van en inzicht in de wiskundige basis van de informatica. | | | - DC
| De student kan een correcte logische redenering opbouwen. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan het oplossen van problemen algoritmisch benaderen en is vertrouwd met diverse programmeerparadigma's, -technieken en -methoden. | | | - DC
| De student kan uitleggen wat een algoritme is en een algoritmische aanpak definiëren voor het oplossen van een probleem. | | | - DC
| De student begrijpt de principes van computationeel denken en kan deze toepassen bij het programmeren. | | | - DC
| De student kan algoritmen implementeren in een programma. | | | - DC
| De student begrijpt het belang van precieze syntaxis en semantiek van programmeertalen en kent het onderscheid tussen beide. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
1ste bachelorjaar in de informatica
|
J
|
|
Educatieve master in de wetenschappen en technologie - keuze voor vakdidactiek informatica
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|