Imperatief Programmeren (9715) |
| Studiepunten: 5,0 | | Studiebelastingsuren: 135 | Periode: kwartiel 2 (5sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
|
In dit opleidingsonderdeel behandelen we meer geavanceerde programmeerconcepten en verschuiven we de focus naar vaardigheden ter ondersteuning van het schrijven van grotere programma's en programma's die interageren met het besturingssysteem.
Onderwerpen die we behandelen zijn: recursie, type hints, interactie met het besturingssysteem, tekst- en binaire bestanden, excepties, gebruik en verwerken van commandline parameters, modules, records, generatoren, en de Python standaard library.
Verder behandelen we Python als scriptingtaal, het testen van code en versiebeheer. We leggen ook een link met het opleidingsonderdeel Computerarchitectuur door het bekijken van Python Bytecode.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Zelfstudieopdracht (ZSO) ✔
|
|
|
|
Kwartiel 2 (5,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 20 % |
|
|
|
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | De tweede examenkans bestaat uit een schriftelijk examen op 100% van de punten |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de informatica
|
- EC
| De afgestudeerde bachelor beschikt over een breed referentiekader waardoor hij/zij de eigen kennis en vaardigheden van het vakgebied voortdurend kan actualiseren. | | | - DC
| De student heeft grondige kennis over belangrijke deelgebieden van de informatica: programmeertalen en -paradigma''s, computerarchitectuur, human computer interaction, data management, algoritmen en datastructuren, software engineering, computernetwerken, logica, theoretische informatica, besturingssystemen en computer graphics. | | | - DC
| De student kan denken en handelen vanuit de fundamenten van de informatica. | | | - DC
| De student kan toepassingsgericht denken en handelen in informatica. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan het oplossen van problemen algoritmisch benaderen en is vertrouwd met diverse programmeerparadigma's, -technieken en -methoden. | | | - DC
| De student kan uitleggen wat een algoritme is en een algoritmische aanpak definiëren voor het oplossen van een probleem. | | | - DC
| De student begrijpt de principes van computationeel denken en kan deze toepassen bij het programmeren. | | | - DC
| De student kan algoritmen implementeren in een programma. | | | - DC
| De student begrijpt het belang van precieze syntaxis en semantiek van programmeertalen en kent het onderscheid tussen beide. | | | - DC
| De student kent de principes van diverse programmeerparadigma''s (zoals imperatief, object-georiënteerd en functioneel programmeren) en kan deze toepassen. | | | - DC
| De student kan software integreren vanuit verschillende bronnen (zoals softwarebibliotheken en frameworks). |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
1ste bachelorjaar in de informatica
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|