| Studiepunten: 15,0 | | Studiebelastingsuren: 405 | Periode: semester 1 (0sp) semester 2 (15sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
De student kan onder begeleiding een wetenschappelijk onderzoek uitvoeren, meer bepaald:
- Relevante, recente en wetenschappelijke bronnen selecteren en interpreteren;
- Een onderzoeksplan opstellen;
- Een methode/techniek voor data-analyse selecteren correct toepassen;
- Logisch onderbouwde en correcte conclusies trekken uit resultaten van data-analyse;
- Een correct en wetenschappelijk opgebouwd onderzoeksrapport schrijven.
|
|
|
|
|
De masterproef is een zelfstandig werkstuk onder begeleiding van een promotor. Het is een persoonlijke rapportering over een eigen wetenschappelijk onderzoek. Elke masterproef is gerelateerd aan de opleiding.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
- Studieleidraad
- Bijkomende informatie op Blackboard
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Individueel begeleidingsmoment ✔
|
|
|
|
Masterproef ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Paper ✔
|
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
|
Semester 2 (15,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 10 % |
|
|
|
|
| Ander examen | 90 % |
|
| Andere: | Masterproef met mondelinge verdediging |
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | Een eventueel tekort op één van de onderdelen kan niet gecompenseerd worden. |
|
|
|
| Gevolg | Indien er op één van de onderdelen een onvoldoende behaald wordt, zal dit cijfer gelden als totaalcijfer voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
| Extra info | Zie studieleidraad voor meer informatie. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Master in het toerisme
|
- EC
| EC 01: Beschikken over grondige kennis van het toeristische fenomeen en inzicht in toeristische ontwikkelingsprocessen. | - EC
| EC 02: Beschikken over verdiepende kennis van alle voor het toerisme relevante disciplines en inzicht hebben in het hedendaagse onderzoek in de toeristische wetenschappen. | - EC
| EC 03: Beschikken over een grondige kennis van en het hebben van voldoende inzicht in complexe, multidisciplinaire en globale toeris tische problemen. | - EC
| EC 04: Kunnen doorgronden, met behulp van de specifieke vaardigheden, van de complexiteit van het multidimensionale toeristische systeem van plaatsen, bedrijven, consumenten, overheidsinstellingen en lokale bevolkingen, en dit daarna begrijpen, analyseren, en vertalen in beleid. | - EC
| EC 07: Het in staat zijn om een kritische visie te formuleren betreffende het toeristische studiedomein en de hieraan gelieerde dome inen, zoals sociale, culturele, juridische, politieke, geografische en (bedrijfs-)economische domeinen. | - EC
| EC 13: Een beargumenteerd standpunt kunnen innemen en dit mondeling kunnen verdedigen tegenover peers en experts alsook schriftelijk communiceren naar het brede publiek. | - EC
| EC 14: Zowel in het Nederlands als het Engels en zowel schriftelijk als mondeling kunnen rapporteren, communiceren en presenteren, rekening houdend met de deontologische gedragsregels. | - EC
| EC 15: In staat zijn om autonoom kennis te verwerven, onderzoek te doen en wetenschappelijke problemen aan te pakken, met aandacht voor originaliteit en creativiteit. | - EC
| EC 16: Beschikken over de vaardigheden om zich op de hoogte te kunnen houden van de recente internationale ontwikkelingen in het vakgebied en de wetenschap in het algemeen. | - EC
| EC 17: Beschikken over verbredende kennis en vaardigheden die van toepassing zijn op de verschillende kwesties die relevant zijn voor het toeristische onderzoek. | - EC
| EC 18: Beschikken over verbredende kennis en vaardigheden die van toepassing zijn op het professionele toeristische bedrijfsleven. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
Master in het toerisme verplicht
|
N
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|