Internationale en Europese politiek (9746) |
| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: semester 1 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
De student heeft rudimentaire kennis over de internationale en Europese politiek.
De student kan op een effectieve manier wetenschappelijke literatuur opzoeken.
|
|
|
|
Het opleidingsonderdeel biedt een overzicht van de huidige internationale politiek. Er wordt aandacht besteed aan hoe internationale relaties tot stand komen, hoe staten zich tot elkaar verhouden, waarom staten besluiten samen te werken, en hoe internationale samenwerking en diplomatie er praktisch uit zien. Aan de hand van de belangrijkste concepten en theorieën van internationale relaties wordt er ingegaan op de rol en werking van de belangrijkste internationale organisaties (VN, NAVO, regionale samenwerkingsverbanden, en de Europese Unie). We bieden speciale aandacht aan de Europese Unie als multilateraal samenwerkingsverband. Het opleidingsonderdeel focust op het Europese integratieproces, de belangrijkste instellingen en politieke actoren in het Europese besluitvormingsproces. Verder onderzoeken we de positie van de EU in de wereldpolitiek, en wordt er ingegaan op een aantal specifieke beleidsdomeinen en ‑initiatieven van de Europese Unie. Daarnaast biedt het opleidingsonderdeel aandacht aan praktische vaardigheden zoals het schrijven van positie papers, onderhandelen en lobby-strategieën ontwikkelen.
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Van der Vleuten, A. (2023) De Bestuurlijke Kaart van de Europese Unie (6de druk). Bussum: Coutinho. ISBN 9789046908570 |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Verplichte reader (beschikbaar via blackboard):
John Baylis, Steve Smith, and Patricia Owens (eds.) (2023) The Globalization of World Politics: An Introduction to International Relations (9th edition), Oxford: Oxford University Press |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Casussessie ✔
|
|
|
|
Excursie/veldwerk ✔
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Responsiecollege ✔
|
|
|
|
Semester 1 (6,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 15 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
| Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 15 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Indien geslaagd |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | Een student moet minimum een 10/20 behalen op elke deelevaluatie om te kunnen slagen op het opleidingsonderdeel. Onder deelevaluaties verstaan we 1) het geheel van evaluaties tijdens de onderwijsperiode en 2) de evaluatie tijdens de examenperiode. Eventuele resultaten op aanwezigheid of voorbereiding tellen mee als deel van de evaluaties tijdens de onderwijsperiode. |
|
|
|
| Gevolg | Een student die op één (of beide) deelevaluaties een lager cijfer dan 10/20 behaalt, krijgt als cijfer het rekenkundig gemiddelde, met een maximum van 9/20 voor het vak. |
|
|
|
| Extra info | De schriftelijke evaluatie tijdens de examenperiode is (mogelijk) een on-campus computerexamen op de eigen computer van de student. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | De evaluatievorm tijdens de tweede examenkans bestaat uit een gesloten boekexamen met open vragen en een eventuele vervangopdracht.
Het resultaat van de simulatiepaper kan niet worden overgedragen naar de tweede examenkans. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de sociale wetenschappen
|
- EC
| EC 01: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van de belangrijkste theoretische stromingen, basisbegrippen, onderzoekstradities en historische ontwikkelingen binnen het domein van de sociale wetenschappen en kan deze duiden vanuit een sociaal-wetenschappelijk multidisciplinair perspectief. | | | - DC
| De student heeft kennis en inzicht verworven in de belangrijkste theorieën en concepten van de internationale relaties. | | | - DC
| De student heeft kennis en inzicht verworven in de Europese integratietheorieën, en in de problematiek van de definities en conceptualisering van de Europese Unie als politiek systeem. | - EC
| EC 02: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft inzicht in de onderlinge relatie van de belangrijkste theoretische stromingen, basisbegrippen, onderzoekstradities en historische ontwikkelingen binnen en tussen de vakgebieden van sociologie, bestuurkunde en communicatiewetenschappen, alsook in verhouding tot vakgebieden binnen en buiten de sociale wetenschappen (interdisciplinariteit). | | | - DC
| De student heeft de analytische capaciteit om Europa en de Europese Unie te onderscheiden als historische entititeit, als geografische entiteit en als politieke entiteit, en kan de Europese integratie en Europese besluitvorming in een globale context kaderen. | - EC
| EC 03: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van maatschappelijke structuren, processen, vraagstukken en technologieën, die vorm geven aan de rol en het functioneren van publieke en private organisaties, beleidsnetwerken, media en sociale bewegingen. | | | - DC
| De student heeft inzicht in het meerlagige karakter van de overheid en de complexiteit van besluitvorming | | | - DC
| De student heeft kennis verworven over de samenstelling en organisatie van de belangrijkste internationale instellingen, en welke rol deze spelen voor internationale relaties. | | | - DC
| De student heeft kennis verworven over de samenstelling en organisatie van de belangrijkste EU-instellingen, de relevante actoren van de Europese besluitvorming, en de Europese beleidsdomeinen. | - EC
| EC 04: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van en inzicht in basisbegrippen, onderzoekstradities en theoretische stromingen omtrent ‘grand challenges’, in het bijzonder op vlak van digitalisering, diversiteit en/of democratie op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en globaal niveau. | | | - DC
| De student heeft inzicht verworven in de uitdagingen op het vlak van diversiteit en democratie voor internationale samenwerking in het algemeen, en het functioneren van internationale organisaties in het bijzonder. | | | - DC
| De student heeft inzicht verworven in de uitdagingen op het vlak van diversiteit en democratie voor de Europese Unie als politiek systeem. | - EC
| EC 06: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan relevante bronnen en literatuur omtrent een welbepaald soc iaalwetenschappelijke vraagstuk identificeren, verzamelen en kritisch verwerken in een theoretisch conceptueel kader. | | | - DC
| De student is in staat om primaire en secundaire bronnen over het Europese integratieproces en de Europese besluitvorming te verzamelen en kritisch te analyseren. | | | - DC
| De student is in staat om primaire en secundaire bronnen over internationale samenwerking en internationale organisaties te verzamelen en kritisch te analyseren. | - EC
| EC 08: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan mondeling, schriftelijk en visueel rapporteren over wetenschappelijk onderzoek op een onderbouwde, coherente en overtuigende wijze. | | | - DC
| De student is in staat om informatie over internationale relaties en internationale organisaties samen te brengen, te verwerken en hierover te reflecteren in mondelinge en schriftelijke opdrachten. | | | - DC
| De student is in staat om informatie over Europa en de Europese Unie samen te brengen, te verwerken en hierover te reflecteren in mondelinge en schriftelijke opdrachten. | - EC
| EC 09: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen houdt rekening met sociale en ethische normen in het eigen denken en handelen, op basis van een open, integere en kritische wetenschappelijke houding en een maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. | | | - DC
| De student houdt rekening met ethische en deontologische regels binnen het (sociaal)wetenschappelijk onderzoek | - EC
| EC 11: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan wetenschappelijke informatie op een effectieve manier delen en samen met anderen naar een resultaat toewerken. Daarvoor beschikt zij/hij over de vaardigheden om op een correcte, gestructureerde, toegankelijke en overtuigende manier te communiceren. Zij/hij is ook in staat om vlot en constructief met anderen samen te werken in een multidisciplinair en divers team. | | | - DC
| De student is in staat om zich correct en duidelijk uit te drukken en de concepten en theorieën die eigen zijn aan de studie van Europese integratie en Europese besluitvorming correct toe te passen in samenwerking met anderen. | | | - DC
| De student is in staat om zich correct en duidelijk uit te drukken en de concepten en theorieën die eigen zijn aan de studie van internationale relaties correct toe te passen in samenwerking met anderen. | - EC
| EC 14: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is zich bewust van haar/zijn rol als sociale wetenschapper en eigen positie binnen een meerlagige, diverse samenleving. | | | - DC
| De student is zich bewust van alternatieve regionale samenwerkingsverbanden buiten de Westerse invloedssfeer, en kan een onderscheid maken tussen wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke analyses van internationale samenwerking. | | | - DC
| De student is in staat om een kritische houding te hanteren ten aanzien van wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke analyses van de Europese besluitvorming, en heeft inzicht in het onderscheid en de spanning tussen de theorie en praktijk van het Europese integratieproces en de Europese besluitvorming. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
2de bachelorjaar in de sociale wetenschappen
|
J
|
|
exchange sociale wetenschappen
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|