De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Methodologie 3: Rechtsvergelijking (1881)

Coördinerend verantwoordelijke:dr. Caroline CAUFFMAN 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Cally-Lou NOIJEN 
 Mevrouw Paula LOZADA ALFARO 


Studiepunten: 4,0
Studiebelastingsuren: 108
Periode: kwartiel 2 (4sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

De student kan werken met een tekstverwerkingsprogramma en met een online zoekmachine.



Inhoud
  • De definitie van de rechtsvergelijking
  • Het verschil tussen de studie van buitenlands recht en rechtsvergelijking
  • Relatie tot andere vakgebieden (met name tot de rechtsgeschiedenis, rechtssociologie en het internationaal privaatrecht)
  • Onderzoek naar/omgaan met vreemd recht: niet slechts aandacht voor "the law in the books" maar ook voor "the law in action"
  • De structuur van informatie over enige buitenlandse rechtsstelsels, met speciale aandacht voor de volgende soorten bronnen:
    • a. wetteksten
    • b. jurisprudentie
    • c. boeken
    • d. tijdschriftartikelen
  • Verschillende voorstellen tot indeling van rechtsstelsels in rechtsfamilies alsmede de verschillen tussen deze indelingen
  • Het doel en de relativiteit van de indeling van rechtsstelsels in rechtsfamilies
  • Zogenaamde 'hybride' rechtsstelsels
  • Juridisch vertalen
  • Schrijven van een rechtsvergelijkend opstel
  • Presenteren van een rechtsvergelijkend opstel


Eerder aangekochte verplichte handboeken
 

VRG Codex, Recentste editie, Wolters Kluwer

 

Verplicht studiemateriaal
 

INTERUNIVERSITAIRE COMMISSIE JURIDISCHE VERWIJZINGEN EN AFKORTINGEN, Juridische verwijzingen en afkortingen, https://vena.be.

Blokboek (op Blackboard)

 

Aanbevolen literatuur
 

Handboek 1: 

Rechtsvergelijking, Pieters D. en Demarsin B., eerste editie, Acco

ISBN: 9789464674477



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Practicum  


Evaluatie

Kwartiel 2 (4,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode85 %
Huiswerktaken
Open vragen
Paper
Peer review
Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode15 %
Presentatie
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

De toetsing van dit practicum gebeurt door de beoordeling van individuele en groepsopdrachten. Het gaat daarbij om opzoekopdrachten over buitenlands recht, het vertalen van juridische teksten/terminologie naar het Nederlands, en het schrijven van een rechtsvergelijkend opstel (inclusief een analyse van een wettelijke bepaling en een structuurschets).

De vertaalopdracht is een individuele opdracht. De zoekopdrachten, de analyse, de structuurschets en het opstel zijn groepsopdrachten, zij het dat de presentatie van het opstel een individuele prestatie is.

Inleveren van alle opdrachten en bijwonen van de practicumbijeenkomsten is vereist om in eerste zittijd een examencijfer voor het practicum te bekomen. In geval van afwezigheid tijdens onderwijsbijeenkomsten (ongeacht of deze afwezigheid gewettigd of ongewettigd is), moet een inhaalopdracht gemaakt worden.

Gevolg

Indien een opdracht te laat wordt ingeleverd, krijgt de student voor deze opdracht een 0-score.

Indien een opdracht of een inhaalopdracht opgegeven na een afwezigheid tijdens een onderwijsbijeenkomst niet wordt ingeleverd, zal de student de code 'N - Niet alle evaluatieonderdelen afgelegd' toegewezen krijgen.

Men is geslaagd als alle opdrachten zijn ingeleverd en het gewogen gemiddelde van de beoordeelde opdrachten voldoende is (10/20).
Het gewogen gemiddelde van de opdrachten wordt als volgt bepaald: de zoekopdrachten (10%), de vertaalopdracht (30%) en de opstelopdracht (inclusief analyse, structuurschets en presentatie) (60%).

Het eindcijfer van het practicum zal bekend worden gemaakt via de gebruikelijke kanalen van de Universiteit Hasselt. Er zullen geen individuele punten worden medegedeeld alvorens het eindcijfer kenbaar wordt gemaakt.

Extra info

Het groepswerk omvat ook peerevaluatie gebruikmakend van het programma Buddy Check. 
De factor die door dit programma wordt berekend, kan worden vermenigvuldigd met de score van het groepswerk voor iedere student.

De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De herkansingsopdracht dient individueel te worden gemaakt. Het is een
uitvoerige opdracht die in zwaarte niet onder doet voor het totaal van
de opdrachten die gedurende het practicum moeten worden gemaakt.
De herkansingopdracht bestaat uit zoekopdrachten (10%), een
vertaalopdracht (30%) en een opstelopdracht (60%).
Men is geslaagd als de opdracht op tijd is ingeleverd en het gewogen
gemiddelde voldoende is (10/20).
Deelopdrachten uit de eerste zit kunnen niet worden meegenomen naar de
herkansing.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de rechten
  •  EC 
  • EC01 - De bachelor in de rechten heeft juridische (basis)kennis van en inzicht in de leerstukken en systematiek van de belangrijkste rechtsgebieden behorende tot het nationale, internationale en supranationale recht gekoppeld aan de recente ontwikkelingen en aan het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied en met aandacht voor de maatschappelijke realiteit. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student kan bij het uitvoeren van een rechtswetenschappelijk onderzoek rekening houden met recente ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied en met aandacht voor de maatschappelijke realiteit.

     
  •  DC 
  • De student kan juridische begrippen, bronnen en rechtsfiguren uit verschillende rechtssystemen situeren binnen de systematiek en maatschappelijke context van het betreffende rechtssystemen, en deze kennis gebruiken om juridische teksten verantwoord te vertalen en een rechtsvergelijkend onderzoek uit te voeren.

  •  EC 
  • EC03 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de problematiek van eenmaking van het recht, in het bijzonder binnen de Europese context.

     
  •  DC 
  • De student is zich bewust van de rol van de rechtsvergelijking bij het totstandbrengen, interpreteren en toepassen van geharmoniseerd of eengemaakt recht, in het bijzonder binnen de Europese context.

     
  •  DC 
  • De student is zich bewust van het risico dat geharmoniseerde of eengemaakte recht in verschillende rechtsstelsels anders kan worden ge ïnterpreteerd en toegepast gelet op de verschillende juridische tradities.

  •  EC 
  • EC04 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de voortdurende interactie tussen nationaal, supranationaal en internationaal recht. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student heeft inzicht in de voortdurende interactie tussen nationaal, supranationaal en internationaal recht en houdt daarmee rekening bij het vertalen van juridische teksten en het uitvoeren van een rechtsvergelijkend juridisch onderzoek.

  •  EC 
  • EC05 - De bachelor in de rechten kan een nationaal rechtsgebied benaderen vanuit een Europees, internationaal en rechtsvergelijkend perspectief. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student is zich bewust van en kan motiveren waarom inzicht in niet-Belgisch recht wezenlijk en waardevol is voor elke Belgische jurist.

     
  •  DC 
  • De student kan een rechtsvergelijkende analyse maken van een probleem of van een juridische vraag die rijst in een nationale context.

  •  EC 
  • EC06 - De bachelor in de rechten kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student kan zelfstandig betrouwbare (digitale) juridische bronnen opzoeken met betrekking tot het eigen en andere rechtsstelsels en op een adequate manier verwijzen naar de relevante bronnen.

  •  EC 
  • EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student is zich bewust van de complexiteit van juridisch vertalen, de risico’s verbonden aan het gebruik van (juridische) woordenboeken en vertaaltools.

     
  •  DC 
  • De student kan op een verantwoorde manier juridisch vertalen.

     
  •  DC 
  • De student kan zelfstandig betrouwbare (digitale) juridische bronnen opzoeken in de Nederlandse, Franse en Engelse taal.

  •  EC 
  • EC09 - De bachelor in de rechten kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren. De bachelor in de rechten kan een casus op bachelorniveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen, op een rechtsvergelijkende wijze benaderen met respect voor de bijzonderheden van het rechtsgebied en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren in de geselecteerde rechtsstelsels.

  •  EC 
  • EC11 - De bachelor in de rechten kan de Nederlandse, Engelse en Franse (rechts)taal adequaat gebruiken in een juridische context. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan bronnen in het Nederlands, Frans en Engels op een verantwoorde wijze bestuderen, analyseren en verwerken.

     
  •  DC 
  • De student kan bronnen uit het Frans en Engels op een verantwoorde manier vertalen in het Nederlands.

  •  EC 
  • EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan een deel van het rechtsvergelijkend onderzoek presenteren met gebruik van de meest adequate presentatietechnieken.

     
  •  DC 
  • De student kan op een adequate manier vragen stellen over het rechtsvergelijkend onderzoek gepresenteerd door medestudenten.

     
  •  DC 
  • De student kan op een zelfstandige en heldere wijze in groep communiceren over het definiëren van een rechtsvergelijkende onderzoeksvraag, het opzoeken van bronnen van nationaal en buitenlands rechts, het schrijven en presenteren van een juridisch opstel.

     
  •  DC 
  • De student kan vragen van medestudenten en van de docent over het verrichte onderzoek op een adequate manier beantwoorden.

  •  EC 
  • EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student is in staat kennis te verwerven omtrent de essentialia van vreemde rechtsstelsels, in het licht van de maatschappelijke en historische achtergrond van die stelsels.

  •  EC 
  • EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student is in staat het eigen recht in te vraag stellen en inspiratie te putten uit andere rechtsstelsels voor het eventuele verbeteren van het eigen recht. De student houdt daarbij rekening met de mogelijkheden en beperkingen van het transplanteren van rechtsregels van het ene naar het andere rechtssysteem, in het bijzonder in het licht van de verschillende juridische tradities en maatschappelijke factoren.

     
  •  DC 
  • De student is in staat om te reflecteren over verschillende juridische benaderingen voor het oplossen van een maatschappelijk probleem. De student kan over de verschillende benaderingen reflecteren, hieromtrent een argumentatie opbouwen en die verdedigen.

  •  EC 
  • EC15 - De bachelor in de rechten kan op een actieve en constructieve manier bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, en dit al dan niet in teamverband (formeel of informeel). (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan op een actieve en constructieve manier samenwerken bij het definiëren van een rechtsvergelijkende onderzoeksvraag, het zoeken van bronnen waarop een verantwoorde rechtsvergelijkende analyse kan worden gebaseerd en het schrijven en presenteren van een rechtswetenschappelijk opstel.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
2de bachelorjaar in de rechten J
exchange rechten Erasmus Belgica J
Optie Erasmus Belgica 2+2+1 V J
Optie Erasmus Belgica Semester 1 V J
Schakelprogramma Rechten, jaar 1, verplichte opleidingsonderdelen J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.